Gedaan met 2009, op naar 2010
Vier oudejaar, en maak je klaar
Voor een nieuwe start, een mooi gebaar
Hopelijk worden mijn gedichten beter volgend jaar
Gelukkig Nieuwjaar!
donderdag 31 december 2009
zondag 27 december 2009
Brussel (Deel 2)
Barmhartige samaritanen
Daklozen en kerst. Het zijn twee woorden die de laatste weken vaak een duo vormden. Brussel is een warme stad vol bekommernis. Eerst en vooral bekommert de overheid zich over de minder gegoeden. Premier Leterme geeft het voorbeeld door mensen op te roepen hun huis open te stellen voor de daklozen. Allerhande organisaties slaan op hun beurt de handen in elkaar voor het houden van kerstfeestjes. Feestjes alom in Brussel. Laten we allen lekker gezellig aan tafel schuiven. De daklozen worden menu’s voorgeschoteld zoals foie gras en gevulde kalkoen. Als afsluiter krijgen ze een chocolade kerststronk als lekkernij. Wanneer hun buik vol is, stellen hoteleigenaars in Brussel hun kamers voor een nachtje ter beschikking.
Dit zijn allemaal mooie initiatieven. Toch krijg ik hier maar geen goed gevoel bij. Een hoteleigenaar slaat de nagel op de kop wanneer hij zich nader verklaart aan brusselnieuws.be. “Na de nacht kunnen de speciale gasten nog genieten van een lekker ontbijt voordat ze weer de kou en de regen in moeten. En dat wordt erg op prijs gesteld.” Je geeft deze daklozen topkwaliteit voor één avond en zet ze daarna terug op straat. Dat deze initiatieven worden geapprecieerd door de daklozen is vanzelfsprekend. Een gegeven paard kijkt men niet in de bek, en zeker niet als je niets hebt. Er wordt eten voorgeschoteld dat de modale burger zelf amper op zijn bord krijgt thuis. Wat wil je meer?
Er wordt echter één ding vergeten. Wanneer de modale burger met een goed gevoel naar huis kan gaan, staan de ‘speciale gasten’ de volgende dag echter wel weer in de vriezende kou. En begrijp me niet verkeerd. Ik vind het mooi dat mensen hun goed hart en hun bekommernis voor deze mensen tonen. En dat ze zo’n diner met de finesse willen voorbereiden zoals ze voor geliefde naasten zouden doen. Het valt echter te betreuren dat deze overvloed aan initiatieven enkel gebeuren tijdens de emotionele en op gevoelens inspelende kerstperiode. Indien dit medeleven oprecht zou zijn, zou er continu hulp moeten worden geboden. In dit opzicht zijn deze barmhartige samaritanen in mijn ogen een beetje hypocriet.
Daklozen en kerst. Het zijn twee woorden die de laatste weken vaak een duo vormden. Brussel is een warme stad vol bekommernis. Eerst en vooral bekommert de overheid zich over de minder gegoeden. Premier Leterme geeft het voorbeeld door mensen op te roepen hun huis open te stellen voor de daklozen. Allerhande organisaties slaan op hun beurt de handen in elkaar voor het houden van kerstfeestjes. Feestjes alom in Brussel. Laten we allen lekker gezellig aan tafel schuiven. De daklozen worden menu’s voorgeschoteld zoals foie gras en gevulde kalkoen. Als afsluiter krijgen ze een chocolade kerststronk als lekkernij. Wanneer hun buik vol is, stellen hoteleigenaars in Brussel hun kamers voor een nachtje ter beschikking.
Dit zijn allemaal mooie initiatieven. Toch krijg ik hier maar geen goed gevoel bij. Een hoteleigenaar slaat de nagel op de kop wanneer hij zich nader verklaart aan brusselnieuws.be. “Na de nacht kunnen de speciale gasten nog genieten van een lekker ontbijt voordat ze weer de kou en de regen in moeten. En dat wordt erg op prijs gesteld.” Je geeft deze daklozen topkwaliteit voor één avond en zet ze daarna terug op straat. Dat deze initiatieven worden geapprecieerd door de daklozen is vanzelfsprekend. Een gegeven paard kijkt men niet in de bek, en zeker niet als je niets hebt. Er wordt eten voorgeschoteld dat de modale burger zelf amper op zijn bord krijgt thuis. Wat wil je meer?
Er wordt echter één ding vergeten. Wanneer de modale burger met een goed gevoel naar huis kan gaan, staan de ‘speciale gasten’ de volgende dag echter wel weer in de vriezende kou. En begrijp me niet verkeerd. Ik vind het mooi dat mensen hun goed hart en hun bekommernis voor deze mensen tonen. En dat ze zo’n diner met de finesse willen voorbereiden zoals ze voor geliefde naasten zouden doen. Het valt echter te betreuren dat deze overvloed aan initiatieven enkel gebeuren tijdens de emotionele en op gevoelens inspelende kerstperiode. Indien dit medeleven oprecht zou zijn, zou er continu hulp moeten worden geboden. In dit opzicht zijn deze barmhartige samaritanen in mijn ogen een beetje hypocriet.
zondag 20 december 2009
BRUSSEL (Deel 1)
Nu ik stage loop bij de krant ‘Brussel Deze Week’ en de daarbij aansluitende website ‘Brusselnieuws’ vond ik het eens tijd om na te denken over wat dit toch wel bewogen stadje voor mij betekent. De afgelopen twee weken zijn deze zaken me bijgebleven.
Adios Los Romanticos
Vorige week werd mij gevraagd een artikel te schrijven over de sluiting van de salsa- en tangobar ‘Los Romanticos’ aan de Vismarkt in Brussel. Wat vond ik het leuk om voor de eerste keer op mijn eentje naar een persconferentie te gaan. De uitbater van deze dansbar wou de pers zijn ongenoegen meedelen over de manier waarop zijn bar failliet is verklaard. Ondanks dat het een kleine, bescheiden persconferentie was, ontbrak het niet aan enige emotie. Bij de uitbater zelf, en bij mij toch ook een beetje. Ik heb soms wat problemen met het beheersen van mijn emoties. Mijn empathie sloeg vervolgens op volle toeren wanneer deze grote, gespierde man tranen in zijn ogen kreeg. Een uiterlijk stoere man met –op dat moment althans- een klein hartje. Het enige wat ik toen kon denken was: OBJECTIVITEIT. Een echte journalist moet objectief zijn, neutraal. De plotse aanwezigheid van de tegenpartij tijdens de persconferentie, bracht me weer tot de realiteit. Beide partijen werden gehoord en mijn eerste journalistiek stuk werd geschreven. Objectiviteit behouden, opdracht volbracht!
Toch heb ik spijt in het hart dat ik nooit een bezoek heb gebracht aan deze salsatent. De unieke combinatie van restaurant, bar, salsales en Zuiderse dans mag niet verloren gaan. Het aanbod van salsa is schaars in het hartje van Brussel. Hopelijk houden de overnemers van dit pand hier rekening mee.
Conclusie: Brussel heeft nood aan salsa
Adios Los Romanticos
Vorige week werd mij gevraagd een artikel te schrijven over de sluiting van de salsa- en tangobar ‘Los Romanticos’ aan de Vismarkt in Brussel. Wat vond ik het leuk om voor de eerste keer op mijn eentje naar een persconferentie te gaan. De uitbater van deze dansbar wou de pers zijn ongenoegen meedelen over de manier waarop zijn bar failliet is verklaard. Ondanks dat het een kleine, bescheiden persconferentie was, ontbrak het niet aan enige emotie. Bij de uitbater zelf, en bij mij toch ook een beetje. Ik heb soms wat problemen met het beheersen van mijn emoties. Mijn empathie sloeg vervolgens op volle toeren wanneer deze grote, gespierde man tranen in zijn ogen kreeg. Een uiterlijk stoere man met –op dat moment althans- een klein hartje. Het enige wat ik toen kon denken was: OBJECTIVITEIT. Een echte journalist moet objectief zijn, neutraal. De plotse aanwezigheid van de tegenpartij tijdens de persconferentie, bracht me weer tot de realiteit. Beide partijen werden gehoord en mijn eerste journalistiek stuk werd geschreven. Objectiviteit behouden, opdracht volbracht!
Toch heb ik spijt in het hart dat ik nooit een bezoek heb gebracht aan deze salsatent. De unieke combinatie van restaurant, bar, salsales en Zuiderse dans mag niet verloren gaan. Het aanbod van salsa is schaars in het hartje van Brussel. Hopelijk houden de overnemers van dit pand hier rekening mee.
Conclusie: Brussel heeft nood aan salsa
De Brabantstraat krijgt een diadeem
Ik kan er nog altijd niet bij. Een grote zilveren diadeem, hangt momenteel op een hoogte van 11 meter, boven de ingang van de Brabantstraat. Het was dan ook de grap van de dag op de redactie van Brusselnieuws. Deze diadeem moet symbool staan voor de rijkdom, eigen identiteit en diversiteit van het Liedtsplein. Dit is toch werkelijk absurd! Het lijkt eerder op een koninklijke ontvangst voor elk die de Brabantstraat komt binnenwandelen. Of een leuke manier om je wijk te versieren als één of andere meid een missverkiezing heeft gewonnen. Waarvoor kan zo’n kroontje nog symbool staan? Toch niet voor culturele diversiteit en buitengewone handel. Want dat de Brabantstraat met haar leuke winkeltjes bekend staat voor haar commerciële handel is de meesten niet onbekend. Dat deze wijk in Brussel deze kwaliteiten wil benadrukken aan de hand van een mooi kunstwerk kan ik zeker en vast begrijpen. Dat dit door middel van een glinsterende diadeem gebeurt, valt een beetje te betreuren. Hopelijk werd er, in tijden van crisis, niet te veel geld aan uitgegeven. Dat het sculptuur zilverkleurige verf bevat, stemt me toch een beetje gerust.
Conclusie: Denk twee keer na voor je je wijk versiert.
Ik kan er nog altijd niet bij. Een grote zilveren diadeem, hangt momenteel op een hoogte van 11 meter, boven de ingang van de Brabantstraat. Het was dan ook de grap van de dag op de redactie van Brusselnieuws. Deze diadeem moet symbool staan voor de rijkdom, eigen identiteit en diversiteit van het Liedtsplein. Dit is toch werkelijk absurd! Het lijkt eerder op een koninklijke ontvangst voor elk die de Brabantstraat komt binnenwandelen. Of een leuke manier om je wijk te versieren als één of andere meid een missverkiezing heeft gewonnen. Waarvoor kan zo’n kroontje nog symbool staan? Toch niet voor culturele diversiteit en buitengewone handel. Want dat de Brabantstraat met haar leuke winkeltjes bekend staat voor haar commerciële handel is de meesten niet onbekend. Dat deze wijk in Brussel deze kwaliteiten wil benadrukken aan de hand van een mooi kunstwerk kan ik zeker en vast begrijpen. Dat dit door middel van een glinsterende diadeem gebeurt, valt een beetje te betreuren. Hopelijk werd er, in tijden van crisis, niet te veel geld aan uitgegeven. Dat het sculptuur zilverkleurige verf bevat, stemt me toch een beetje gerust.
Conclusie: Denk twee keer na voor je je wijk versiert.
Een dutje in Brussel
De afloop van een feestje in Brussel vrijdagavond laat een dubbel gevoel bij mij achter.
Nu de stage bezig is, moet er volop worden geprofiteerd van het weekend. Met een katerkop aan de dag beginnen is niet mijn droomscenario. Komt de reputatie niet ten goede. Concentratie en nuchterheid alom dus op de redactie van Brussel Deze Week en Brusselnieuws. Ik dacht dan ook op vrijdagavond: ik ga eens een feestje bouwen! ‘Bal in the box’, een feestje in de KVS is een echte aanrader. Toch kwam de verveeldheid rond 5u ’s ochtends opdraven. Ervaringen uit het verleden fluisterden mij in het oor dat dit veel te vroeg was voor het nemen van de eerste metro naar huis. Toch wilde ik niet luisteren, en begon naar de metro te stappen. Mijn lichaam vulde zich met een sprankeltje hoop toen ik enkele mensen zag wachten op het perron. Uit gebrek aan een nuttige bezigheid begon ik rond te kijken en verhalen te verzinnen over waarom deze mensen zich op dit vroege uur van de dag in de metro bevonden. Waren het mensen die schuilden tegen de verschrikkelijke koude en hoe erg het moge zijn geen andere plaats hadden om te slapen? Misschien waren het wel gemotiveerde zaterdagwerkers, of gewoonweg mensen die in hetzelfde schuitje zaten als ik.
In elk geval, veel tijd om hier verder over te ‘filosoferen’ had ik niet, want de slaap trof mij na niet meer dan 5 minuten wachten in het metrostation DeBrouckère. Nooit gedacht dat ik op mijn ‘dooie gemak’ in deze weeromstandigheden in slaap zou vallen in een praktisch leeg metrostation. 45min later werd ik wakker door het geluid van een metro die kwam aandraven. Ik stond recht en sprong in de metro. De volgende ochtend lag ik lekker warm onder de dekens en dacht hoe gelukkig ik mij mag prijzen deze warmte te kunnen voelen.
De afloop van een feestje in Brussel vrijdagavond laat een dubbel gevoel bij mij achter.
Nu de stage bezig is, moet er volop worden geprofiteerd van het weekend. Met een katerkop aan de dag beginnen is niet mijn droomscenario. Komt de reputatie niet ten goede. Concentratie en nuchterheid alom dus op de redactie van Brussel Deze Week en Brusselnieuws. Ik dacht dan ook op vrijdagavond: ik ga eens een feestje bouwen! ‘Bal in the box’, een feestje in de KVS is een echte aanrader. Toch kwam de verveeldheid rond 5u ’s ochtends opdraven. Ervaringen uit het verleden fluisterden mij in het oor dat dit veel te vroeg was voor het nemen van de eerste metro naar huis. Toch wilde ik niet luisteren, en begon naar de metro te stappen. Mijn lichaam vulde zich met een sprankeltje hoop toen ik enkele mensen zag wachten op het perron. Uit gebrek aan een nuttige bezigheid begon ik rond te kijken en verhalen te verzinnen over waarom deze mensen zich op dit vroege uur van de dag in de metro bevonden. Waren het mensen die schuilden tegen de verschrikkelijke koude en hoe erg het moge zijn geen andere plaats hadden om te slapen? Misschien waren het wel gemotiveerde zaterdagwerkers, of gewoonweg mensen die in hetzelfde schuitje zaten als ik.
In elk geval, veel tijd om hier verder over te ‘filosoferen’ had ik niet, want de slaap trof mij na niet meer dan 5 minuten wachten in het metrostation DeBrouckère. Nooit gedacht dat ik op mijn ‘dooie gemak’ in deze weeromstandigheden in slaap zou vallen in een praktisch leeg metrostation. 45min later werd ik wakker door het geluid van een metro die kwam aandraven. Ik stond recht en sprong in de metro. De volgende ochtend lag ik lekker warm onder de dekens en dacht hoe gelukkig ik mij mag prijzen deze warmte te kunnen voelen.
Spinning
Elke woensdagavond ga ik spinnen. Wat zeg ik, bijna elke woensdagavond. In het leven van een student komt er snel wat tussen. De dagelijkse routine in het leven wordt af en toe verstoord door onregelmatigheden. Dit is een goede zaak, want routine mag niet hervallen in saaiheid en voorspelbaarheid. Daar waar de routineuze handelingen een zekere orde en standvastigheid brengen, houden de onverwachte dingen het leven spannend. Of soms net iets minder spannend. Het is maar hoe je het bekijkt. Vandaag is het woensdagavond en belet mijn leven als student mij om mijn routineus uurtje vaststaand fietsen te volgen. Het schrijven van het cursiefje kan echt niet meer wachten. Het wordt dan maar een mentaal uurtje sporten. Als het kriebelt moet je schrijven. Vanavond kriebelt het in mijn vingers. Gelukkig maar.
Het concept zit zo in elkaar: je stapt als ‘spinner’ in een ruimte vol met fietsen. Vaststaande fietsen. Je kiest een fiets met een zadel waar je bips zich goed bij voelt. Het is namelijk geen lachertje om een uur op zo’n fiets te moeten zitten zonder van die comfortabele kussentjes. En die zijn enkel voor de ‘echten’. Spinning is een race tegen de tijd. Letterlijk én figuurlijk. Letterlijk, omdat deze sport naar een doel werkt. Dit doel is zo snel mogelijk, al fietsend weliswaar, de top bereiken. Heuvels op en af. Dan is snelheid belangrijk. Hoe sneller je fietst, hoe sneller je de top bereikt. Figuurlijk, omdat spinning in het fitnesscentrum van Elsene een sport op commando is waar je beter je plaats op voorhand verzekert. Echt waar. ‘Spinnen op bestelling’. Je noteert je naam op een formulier en bestelt je fiets voor de volgende week. Voor een populaire sport moet je vechten. In het administratief centrum van de Vrije Universiteit Brussel is spinning populair! Vergelijk het met een ritje op de kermis. Als je niet snel genoeg je ticket koopt, zijn die snelle ‘bakskes’ al bezet. Ze zijn toch zo plezant.
Het is ironisch eigenlijk, een race tegen de tijd, want vooruit ga je niet. Geen millimeter. Een uur lang zweten als een paard en op het einde van de rit bevind je je nog steeds op dezelfde plaats. Wellicht een kilo lichter. Maar nog steeds in dezelfde ruimte, met de vaststaande fietsen en de aanwezigheid van een menselijk geurtje.
Een volledig uur lang bouw je kracht op. De ene song na de andere. Het ene liedje al wat harder dan het andere. Naarmate het einde nadert, voel je de beat van de muziek kloppen in je borstkas. Wanneer de sportleraar, die vooraan op zijn fiets de ‘spinners’ motiveert, een paar keer ‘Komaan! Doorzetten!‘ roept, dan weet je dat het einde nabij is. Het zalige moment waar je doorzettingsvermogen sterker is dan je resterende kracht. Een paar seconden later is het voorbij. Je negeert het gehijg van je buur. Een kalm liedje bereikt je trommelvliezen. Je komt tot rust door middel van een paar stretchoefeningen. Daarna is het enige wat je nog rest een sauna en een verfrissende douche. Hemels toch.
Het concept zit zo in elkaar: je stapt als ‘spinner’ in een ruimte vol met fietsen. Vaststaande fietsen. Je kiest een fiets met een zadel waar je bips zich goed bij voelt. Het is namelijk geen lachertje om een uur op zo’n fiets te moeten zitten zonder van die comfortabele kussentjes. En die zijn enkel voor de ‘echten’. Spinning is een race tegen de tijd. Letterlijk én figuurlijk. Letterlijk, omdat deze sport naar een doel werkt. Dit doel is zo snel mogelijk, al fietsend weliswaar, de top bereiken. Heuvels op en af. Dan is snelheid belangrijk. Hoe sneller je fietst, hoe sneller je de top bereikt. Figuurlijk, omdat spinning in het fitnesscentrum van Elsene een sport op commando is waar je beter je plaats op voorhand verzekert. Echt waar. ‘Spinnen op bestelling’. Je noteert je naam op een formulier en bestelt je fiets voor de volgende week. Voor een populaire sport moet je vechten. In het administratief centrum van de Vrije Universiteit Brussel is spinning populair! Vergelijk het met een ritje op de kermis. Als je niet snel genoeg je ticket koopt, zijn die snelle ‘bakskes’ al bezet. Ze zijn toch zo plezant.
Het is ironisch eigenlijk, een race tegen de tijd, want vooruit ga je niet. Geen millimeter. Een uur lang zweten als een paard en op het einde van de rit bevind je je nog steeds op dezelfde plaats. Wellicht een kilo lichter. Maar nog steeds in dezelfde ruimte, met de vaststaande fietsen en de aanwezigheid van een menselijk geurtje.
Een volledig uur lang bouw je kracht op. De ene song na de andere. Het ene liedje al wat harder dan het andere. Naarmate het einde nadert, voel je de beat van de muziek kloppen in je borstkas. Wanneer de sportleraar, die vooraan op zijn fiets de ‘spinners’ motiveert, een paar keer ‘Komaan! Doorzetten!‘ roept, dan weet je dat het einde nabij is. Het zalige moment waar je doorzettingsvermogen sterker is dan je resterende kracht. Een paar seconden later is het voorbij. Je negeert het gehijg van je buur. Een kalm liedje bereikt je trommelvliezen. Je komt tot rust door middel van een paar stretchoefeningen. Daarna is het enige wat je nog rest een sauna en een verfrissende douche. Hemels toch.
zondag 8 november 2009
The Long Tail
Na de les internetjournalistiek van vrijdag, is de fameuze ‘Long Tail’ nog even blijven nasudderen bij mij. Ongeveer drie uur lang heeft dit begrip intieme aandacht gekregen binnen ‘journalistieke kring’. Het zal wel iets belangrijk zijn. Om het geheugen even op te frissen: The Long Tail, voor het eerst uitgebreid geïntroduceerd door Chris Anderson, is een begrip dat wordt gebruikt om economische modellen van winkels als Amazon.com en Bol.com te omschrijven. Wikipedia omschrijft ‘The Long Tail’ als volgt: ‘Een begrip dat wordt gebruikt om een groot aanbod te beschrijven dat slechts een klein publiek of een niche dient, maar gezamenlijk een groter marktpotentieel heeft dan de marktleider op zich.’
Binnen de muziekindustrie komt het erop neer dat het internet het voor vele muziekgroepen mogelijk maakt om een zekere bekendheid te verwerven. Steeds meer muziekgroepen wagen hun kans om via het internet tot de oren van het volk te komen. De kans bestaat dat groepen werkelijk doorbreken, toch blijft de aandacht voor groepen die hun muziek via het internet presenteren relatief beperkt. De toegankelijkheid van het internet heeft als uitwerking dat steeds meer muzikanten hun kans wagen. Dit impliceert echter een enorm aanbod aan nieuwe muziekgroepen- en genres. Het streefdoel van 1000 oprechte fans blijkt het ultieme doel te zijn. De muziekindustrie is de dag van vandaag met andere woorden veel meer gefragmenteerd dan vroeger. De kans dat je muziekgroepen kent die mensen uit je dichte omgeving niet kennen, is bijgevolg zeer groot.
Om de praktijk van deze ‘Long Tail’ aan te tonen vroeg de Professor aan een student om drie muziekgroepen op te noemen waarvan deze dacht dat niemand ze ging kennen. Het resultaat bevestigde de ‘theorie’ want niemand kende de genoemde groepen. Ik vroeg me bijgevolg af of ik een muziekgroep zou kennen die voor velen nog onbekend is. Ik hou van muziek, maar ben niet bepaald een fanatiekeling in het opzoeken van nieuwe muziekgroepen- en genres. Toch heeft iemand –een persoon die wel continu op zoek is naar alles wat ‘niet populair’ is- me een nieuwe groep laten ontdekken. Momenteel is dit één van mijn favorieten. Ik had bij deze graag de test zelf eens uitgevoerd. Daar ik deze groep voordien niet kende, vraag ik me af wie deze groep wel kent. Waar op de schaal van de Long Tail zou deze groep –met dit toch wel fantastisch nummer- zich bevinden? Indien ik er helemaal naast zit of bij een gebrek aan respons, staat er toch een mooi liedje op mijn weblog!
Pnau – Baby (Breakbot Remix)
Binnen de muziekindustrie komt het erop neer dat het internet het voor vele muziekgroepen mogelijk maakt om een zekere bekendheid te verwerven. Steeds meer muziekgroepen wagen hun kans om via het internet tot de oren van het volk te komen. De kans bestaat dat groepen werkelijk doorbreken, toch blijft de aandacht voor groepen die hun muziek via het internet presenteren relatief beperkt. De toegankelijkheid van het internet heeft als uitwerking dat steeds meer muzikanten hun kans wagen. Dit impliceert echter een enorm aanbod aan nieuwe muziekgroepen- en genres. Het streefdoel van 1000 oprechte fans blijkt het ultieme doel te zijn. De muziekindustrie is de dag van vandaag met andere woorden veel meer gefragmenteerd dan vroeger. De kans dat je muziekgroepen kent die mensen uit je dichte omgeving niet kennen, is bijgevolg zeer groot.
Om de praktijk van deze ‘Long Tail’ aan te tonen vroeg de Professor aan een student om drie muziekgroepen op te noemen waarvan deze dacht dat niemand ze ging kennen. Het resultaat bevestigde de ‘theorie’ want niemand kende de genoemde groepen. Ik vroeg me bijgevolg af of ik een muziekgroep zou kennen die voor velen nog onbekend is. Ik hou van muziek, maar ben niet bepaald een fanatiekeling in het opzoeken van nieuwe muziekgroepen- en genres. Toch heeft iemand –een persoon die wel continu op zoek is naar alles wat ‘niet populair’ is- me een nieuwe groep laten ontdekken. Momenteel is dit één van mijn favorieten. Ik had bij deze graag de test zelf eens uitgevoerd. Daar ik deze groep voordien niet kende, vraag ik me af wie deze groep wel kent. Waar op de schaal van de Long Tail zou deze groep –met dit toch wel fantastisch nummer- zich bevinden? Indien ik er helemaal naast zit of bij een gebrek aan respons, staat er toch een mooi liedje op mijn weblog!
Pnau – Baby (Breakbot Remix)
dinsdag 3 november 2009
Why I blog
Andrew Sullivan stelt zichzelf de vraag waarom hij zo graag ‘blogt’. Ik wil mezelf eerder de vraag stellen ‘waarom ik niet blog’. Ik moet zeggen, de vier teksten van de heer Sullivan hebben me hier voor een deel bij geholpen. Bedankt Andrew. Want zo mogen bloggers elkaar toch noemen eh, bij de voornaam. Nu ik effectief mijn eerste bericht aan het schrijven ben, ga ik ervan uit dat ik mezelf een blogger mag noemen.
Laat ik mezelf eerst introduceren. Ik ben een leek als het op nieuwe technologie aankomt. De digitale evolutie blijft me verbazen en de praktijk bevestigt mijn beperkte kennis over innovatieve producten telkens weer. Mijn neefje van elf heeft meer weet van de nieuwe digitale ‘snufjes’ dan ikzelf. Ach ja, niet iedereen wordt als een technologisch genie geboren. Tijdens het lezen van aangehaalde argumenten wat het ‘bloggen’ net zo interessant maakt, stootte ik op een argument dat voor mij net de reden was waarom ik –tot nu- nooit een blog heb gehad. Ik citeer: “You end up writing about yourself, since you are a relatively fixed point in this constant interaction with the ideas and facts of the exterior world. And in this sense, the historic form closest to blogs is the diary. It combines the confessional genre with the log form and exposes the author in a manner no author has ever been exposed before.” Het is nu eenmaal zo dat je jezelf via een blog openstelt aan een groot aantal mensen. Men zou kunnen zeggen dat het ervan afhangt hoe persoonlijk je een blog zelf maakt, maar toch deel ik de mening van Andrew dat hoe voorzichtig en zelfbewust een blogger kan zijn, hij toch steeds meer blootgeeft over zichzelf dan hij zelf denkt. De zaken waarover worden geschreven, de muziek en filmpjes die op een blog worden geplaatst, zijn allemaal zaken die –zonder dat er een persoonlijk verhaal of een persoonlijke boodschap in vervat moet zitten- toch veelzeggend zijn over een persoon zijn (des)interesses, voorkeuren, gedachtegang,…
Kortom, het persoonlijke aspect brengt bij mij een zekere terughoudendheid teweeg. Dit merkte ik reeds bij andere interactieve bezigheden zoals Facebook. Ik weet graag wat er met andere mensen gebeurt, maar zal nooit veel informatie over mezelf weergeven. Een voyeurist noemen ze dat dan denk ik, in plaats van een exhibitionist. Toch maak ik vooruitgang. Daar waar ik gisteren voor de eerste keer foto’s heb gepost op Facebook, schrijf ik vandaag mijn eerste blogbericht. Bovendien leer je al doende ook de positieve aspecten kennen. Een eigen blog hebben is volgens mij de perfecte manier om jezelf te ontdekken. Dit hoop ik bij deze dan ook te doen.
Laat ik mezelf eerst introduceren. Ik ben een leek als het op nieuwe technologie aankomt. De digitale evolutie blijft me verbazen en de praktijk bevestigt mijn beperkte kennis over innovatieve producten telkens weer. Mijn neefje van elf heeft meer weet van de nieuwe digitale ‘snufjes’ dan ikzelf. Ach ja, niet iedereen wordt als een technologisch genie geboren. Tijdens het lezen van aangehaalde argumenten wat het ‘bloggen’ net zo interessant maakt, stootte ik op een argument dat voor mij net de reden was waarom ik –tot nu- nooit een blog heb gehad. Ik citeer: “You end up writing about yourself, since you are a relatively fixed point in this constant interaction with the ideas and facts of the exterior world. And in this sense, the historic form closest to blogs is the diary. It combines the confessional genre with the log form and exposes the author in a manner no author has ever been exposed before.” Het is nu eenmaal zo dat je jezelf via een blog openstelt aan een groot aantal mensen. Men zou kunnen zeggen dat het ervan afhangt hoe persoonlijk je een blog zelf maakt, maar toch deel ik de mening van Andrew dat hoe voorzichtig en zelfbewust een blogger kan zijn, hij toch steeds meer blootgeeft over zichzelf dan hij zelf denkt. De zaken waarover worden geschreven, de muziek en filmpjes die op een blog worden geplaatst, zijn allemaal zaken die –zonder dat er een persoonlijk verhaal of een persoonlijke boodschap in vervat moet zitten- toch veelzeggend zijn over een persoon zijn (des)interesses, voorkeuren, gedachtegang,…
Kortom, het persoonlijke aspect brengt bij mij een zekere terughoudendheid teweeg. Dit merkte ik reeds bij andere interactieve bezigheden zoals Facebook. Ik weet graag wat er met andere mensen gebeurt, maar zal nooit veel informatie over mezelf weergeven. Een voyeurist noemen ze dat dan denk ik, in plaats van een exhibitionist. Toch maak ik vooruitgang. Daar waar ik gisteren voor de eerste keer foto’s heb gepost op Facebook, schrijf ik vandaag mijn eerste blogbericht. Bovendien leer je al doende ook de positieve aspecten kennen. Een eigen blog hebben is volgens mij de perfecte manier om jezelf te ontdekken. Dit hoop ik bij deze dan ook te doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)